Vrouwen en mantelzorg

Vrouwen en mantelzorg

Vrouwen geven veel vaker mantelzorg aan hun (schoon)ouders dan mannen, maar combineren dat minder vaak met een fulltime baan. 

  • Bijna tweederde van alle mantelzorgers van (schoon)ouders is vrouw.
  •  Zowel vrouwen als mannen geven begeleiding en emotionele steun;
    mannen doen wel iets vaker administratie en vrouwen de verzorging.
  • Een op de vier burgers vindt dat kinderen de plicht hebben om voor hun
    ouders te zorgen. Dit verschilt niet tussen mannen en vrouwen. Vrouwen
    zijn wel vaker bereid om hulp te bieden.
  • Zowel vrouwelijke als mannelijke mantelzorgers van (schoon)ouders
    vinden het heel gewoon om hulp te geven, maar vrouwen voelen zich
    vaker aangesproken.
  • De meerderheid van de mantelzorgers van (schoon)ouders heeft betaald
    werk.
  • Bij de werkende vrouwen die een (schoon)ouder helpen heeft 20% een
    fulltime baan; bij de mannen is dat 75%. Mannen ervaren de combinatie
    van een zorgtaak en (fulltime) baan vaker als zwaar dan vrouwen.

    Vrouwen helpen (schoon)ouders vaker dan mannen

    In 2008 gaven 820.000 vrouwen en ongeveer 460.000 mannen hulp aan (schoon)ouders: van alle mantelzorgers van (schoon)ouders is dus bijna twee derde vrouw. Als we ons tot langdurige en intensieve hulp beperken, zijn de aantallen helpers kleiner en is de verhouding tussen vrouwen en mannen ongeveer 70:30. Het gaat dan om 260.000 vrouwen en 110.000 mannen.
    Het aandeel helpenden is het grootst bij de 45-54-jarigen: 24% van de vrouwen en 13% van de mannen in die leeftijd helpt een (schoon)ouder. Bij de 35-44- jarigen liggen percentages lager, maar helpt toch 16% van de vrouwen en 8% van de mannen.

Accentverschillen in type mantelzorg
Over het algemeen verschillen vrouwen en mannen weinig in het type hulp dat ze
aan hun (schoon)ouders geven. Emotionele steun en toezicht en begeleiding bij
bezoeken buitenshuis geven dochters en zonen beiden even vaak. Er zijn wel
accentverschillen: zonen helpen hun (schoon)ouders vaker met administratie en
invullen van formulieren (86% bij mannen versus 71% bij vrouwen), terwijl
dochters vaker hulp bieden bij het huishouden (86% bij vrouwen versus 74% bij
mannen).

Opvattingen over geven van hulp lopen niet uiteen, bereidheid wel
Ongeveer een kwart van de burgers, zowel vrouwen als mannen, vindt dat
kinderen de plicht hebben om voor hun bejaarde ouders te zorgen. Twee derde
vindt de zorg voor hulpbehoevende ouders vooral (of iets meer) een taak voor de
overheid. Mannen vinden dit vaker dan vrouwen, maar de verschillen zijn niet heel
groot. Vrouwen zijn wel vaker dan mannen bereid om hulp te bieden aan hun
ouders, gedurende een aantal maanden of een langere periode. Ruim eenderde
van de vrouwen zegt bereid te zijn om persoonlijke verzorging, zoals hulp bij
douchen en toiletbezoek, aan ouders te bieden als dat nodig is; bij mannen is dit
een op de vier.

Vrouwen geven hulp om andere redenen dan mannen
Meer dan 80% van de mantelzorgers, zowel mannen als vrouwen, helpen hun
(schoon)ouders omdat ze dat vanzelfsprekend vinden. Dochters hebben het in dat
verband vaker over liefde en genegenheid, terwijl zonen vaker over plicht
spreken. Dochters voelen zich ook meer aangesproken om te zorgen, omdat ze
zeggen dat de (schoon)ouder het liefst door hen geholpen wilde worden of dat er
geen andere helpers waren. Vrouwen noemen iets vaker dan mannen positieve
ervaringen, zoals dat het helpen hen een goed gevoel geeft.